
Prenatale diagnostiek
Sommige zwangeren komen in aanmerking voor prenatale diagnostiek. Er zijn drie verschillende onderzoeken mogelijk: de NIPT, de vlokkentest of vruchtwaterpunctie. De meeste zwangeren komen niet in aanmerking voor prenatale diagnotiek, dan kun je kiezen voor prenatale screening.
Wanneer kom je in aanmerking voor prenatale diagnostiek?
Als jullie kind een verhoogde kans heeft op een aangeboren chromosoomafwijking. De kans kan verhoogd zijn door medicijngebruik van de moeder, een erfelijke afwijking bij jezelf, je partner of in een van beide families of een afwijkende uitslag van de NIPT. Natuurlijk is het laten uitvoeren van prenatale diagnostiek niet verplicht. Indien je kiest voor prenatale diagnostiek kun je kiezen voor een vruchtwaterpunctie of vlokkentest (of in sommige situaties de NIPT).
Vlokkentest
Bij de vlokkentest wordt een stukje moederkoek (vlokken) weggehaald voor onderzoek. Men doet dit met een naald via de buik of met een slangetje via de vagina. De weggenomen vlokken worden in het laboratorium onderzocht, de uitslag duurt ongeveer 2 weken. De vlokkentest kan gedaan worden vanaf 11 weken zwangerschap. Bij ongeveer 1 op de 500 vrouwen ontstaat na de vlokkentest een miskraam.
Vruchtwaterpunctie
Bij een vruchtwaterpunctie wordt met een naald vruchtwater uit de baarmoeder weggehaald. In dat vruchtwater zitten cellen van de baby. In het laboratorium worden deze cellen onderzocht. De uitslag duurt ongeveer 3 weken. De vruchtwaterpunctie kan gedaan worden vanaf 15 weken. Bij ongeveer 1 op de 500 vrouwen ontstaat na de vruchtwaterpunctie een miskraam