













Tijdens de eerste controle (intake gesprek) krijg je van ons een formulier om
bloed te laten prikken.
Wij krijgen de uitslagen binnen van het laboratorium.
Bij je tweede bezoek krijg je de uitslagen van ons mee.
Het volgende wordt gecontroleerd:
Bloedgroep
Het is belangrijk om je bloedgroep te weten voor het geval dat er een
bloedtransfusie nodig is.
De bloedgroep kan A, B, AB of 0 zijn.
Welke bloedgroep je hebt, maakt niet uit.
Dit heeft geen consequenties voor de zwangerschap.
Rhesus-D-factor
De rhesus D-factor is een bepaalde stof die in het bloed aanwezig kan zijn.
Als je die stof in je bloed hebt, ben je rhesus-D-positief.
Heb je die stof niet, dan ben je rhesus-D-negatief.
Dat is niets bijzonders.
Het is een kwestie van erfelijkheid, net als de kleur van je ogen en haar.
Zestien procent van de Nederlandse zwangere is rhesus-D-negatief.
Een rhesus-D-negatieve zwangere heeft echter wel bijzondere aandacht nodig om
complicaties bij een eventueel rhesus-D-positieve baby te voorkomen.
Tijdens de zwangerschap is er namelijk een kleine kans dat er een beetje bloed
van de baby in de bloedbaan van de moeder komt.
Bij de geboorte is die kans zelfs vrij groot.
Komt er nu bloed van een rhesus-D-positieve baby in de bloedbaan van een
rhesus-D-negatieve moeder, dan kan de moeder afweerstoffen tegen dat bloed gaan maken.
Deze zogeheten antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed van de baby
bereiken en afbreken,waardoor de baby bloedarmoede krijgt.
Daarom wordt bij de intake de rhesus-D-factor bepaald:
Je bent rhesus-D-positief; er hoeft niets te gebeuren.
Je bent rhesus-D-negatief: zie hierna.
Je bent rhesus-D-negatief:
In dat geval wordt je bloed in week 30 opnieuw onderzocht.
Ditmaal op eventuele rhesusantistoffen.
Je krijgt vervolgens een injectie met anti-rhesus-D-immunoglubuline.
Deze injectie krijg je alleen als je nog niet eerder bent bevallen.
De injectie zorgt ervoor dat de kans nog kleiner wordt dat jijzelf antistoffen gaat vormen
die de baby ziek kunnen maken.
De baby merkt niets van de injectie en loopt geen enkel risico.
Na de bevalling wordt de rhesus-D-factor van jullie kindje bepaald.
Als jullie kindje rhesus-D-positief is, krijg je zelf binnen 48 uur (nog) een injectie met
anti-rhesus-D-immunoglubiline toegediend.
Je lichaam zal nu zelf geen antistoffen maken.
Dit is van belang voor een eventuele volgende zwangerschap van een rhesus-D-positief kind.
Is jullie kindje rhesus-D-negatief, dan krijg je geen injectie.
Andere antistoffen
Het risico bestaat dat een zwangere bij een eerdere zwangerschap en/of bloedtransfusie
nog andere antistoffen heeft gemaakt.
Deze antistoffen kunnen een gevaar vormen voor de gezondheid van de baby:
de kans bestaat dat ze via de navelstreng en de placenta het bloed van de baby bereiken
en afbreken.
Als deze antistoffen in het bloed worden gevonden, wordt het bloed verder onderzocht
tot duidelijk is welke dit precies zijn.
In dat geval word je doorverwezen naar de gynaecoloog.
Hemoglobine
Met onderzoek van de rode bloedcellen naar het hemoglobinegehalte (Hb) wordt nagegaan
of je bloedarmoede hebt.
In de volksmond wordt dit vaak ijzergehalte genoemd.
Hepatitis-B
Is een ziekte waarbij een infectie van de lever optreedt door het hepatitis-Bvirus.
De infectie kan ontstaan bij de geboorte of door bijvoorbeeld contact met besmet bloed.
Tussen de 6 en 26 weken na de besmetting kunnen de eerste ziekteverschijnselen optreden
maar de infectie kan ook geheel onopgemerkt verlopen.
Na de infectie blijft een deel van de mensen het hepatitis-B-virus bij zich dragen.
Deze mensen worden dragers genoemd en zijn besmettelijk voor anderen.
Tijdens de zwangerschap ondervindt de baby hiervan geen schade,
maar tijdens de geboorte kan de baby alsnog in aanraking komen met het
hepatitis-Bvirus en geïnfecteerd worden.
Lues (syfilis)
Dit is een geslachtsziekte die iemand soms ongemerkt heeft opgelopen en bij zich draagt.
In het begin van de zwangerschap beschermt de moederkoek (placenta) het kind nog tegen
de ziekte.
Later kan ook het kind geïnfecteerd worden.
De ziekte moet daarom zo vroeg mogelijk in de zwangerschap behandeld worden.
Als je Lues hebt, dan is een verwijzing naar een arts noodzakelijk en krijg je zo snel
mogelijk antibiotica (penicilline).
HIV
Het humaan immunodeficientievirus (HIV) veroorzaakt de zeer ernstige ziekte AIDS.
Als een vrouw voor of tijdens de zwangerschap geïnfecteerd wordt met HIV, kan zij dit virus
op haar baby overdragen.
Dit is met name mogelijk tijdens de bevalling of bij de borstvoeding.
Hierdoor kan de baby AIDS krijgen.
Tegenwoordig kan het ziek worden door AIDS met medicijnen worden uitgesteld.
De levensverwachting neemt daardoor aanzienlijk toe.
Als bekend is dat een zwangere geïnfecteerd is met HIV, verkleinen medicijnen de kans op
overdracht van het virus op de baby aanzienlijk.
Borstvoeding wordt dan afgeraden.
De zwangerschap en bevalling worden dan begeleid in een ziekenhuis,
waar men hierin is gespecialiseerd.
Rode hond
Ook rode hond (rubella) wordt veroorzaakt door een virus. Als je geen antistoffen tegen
rode hond hebt kan een infectie tijdens de zwangerschap aangeboren afwijkingen bij het
kind veroorzaken.
Wanneer je de ziekte hebt doorgemaakt, of als je bent gevaccineerd,
ben je meestal voldoende beschermd.
Dit wordt dus gecontroleerd.
Als blijkt dat je onvoldoende beschermd bent, kun je in of na het kraambed een vaccinatie
krijgen met BMR (bof, mazelen en rode hond).
In een volgende zwangerschap is er dan geen gevaar meer voor besmetting met rode hond.